
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Artikel 1051
1
De partijen kunnen bij overeenkomst het scheidsgerecht dan wel de voorzitter daarvan, binnen de grenzen gesteld bij artikel 254, eerste lid, de bevoegdheid verlenen om in kort geding vonnis te wijzen.
2
Indien, niettegenstaande een zodanige overeenkomst, de zaak in kort geding bij de voorzieningenrechter is aangebracht, kan deze, indien een partij zich op het bestaan van deze overeenkomst beroept, alle omstandigheden in aanmerking nemende, zich onbevoegd verklaren door de zaak te verwijzen naar het overeengekomen arbitraal kort geding, tenzij de overeenkomst ongeldig is.
3
Een uitspraak, gedaan in arbitraal kort geding, geldt als een arbitraal vonnis; daarop zijn de bepalingen van de derde tot en met de vijfde afdeling van deze Titel van toepassing.
4
Ingeval van verwijzing naar het arbitraal kort geding, als bedoeld in het tweede lid, staat tegen de beslissing van de voorzieningenrechter van de rechtbank geen voorziening open.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.